Een nieuwe draai aan de wijnkurk

item3

Eeuwenlang werden wijnflessen afgedopt met een natuurkurk. De Portugese kurkeiken in de Alentejo maakten overuren. De trend van geperste kurk (met hars) kreeg gelijke tred met de afnemende traditie wijn te kelderen voor volgende generaties. Zelfs Châteauneuf-du-Pape is nu al na een paar jaar zeer drinkbaar. De geperste kurk voldoet namelijk voor korte-termijn-bewaarwijn. Bovendien is er een prijsverschilletje. De natuurkurk kost een halve euro, de geperste slechts twaalf cent.

 

Gedopt met aluminium

De hegemonie van de kurk werd echter gehalveerd door de ijzerhandel. En wel door de schroefdop. Zo zou ook kurk ‘in’ de wijn voorkomen kunnen worden. Het risico van ‘luchtdoorlaatbaarheid’ was veel geringer dan bij flesafsluitingen zoals kurken. De kurkentrekker mocht het museum in. Dit allemaal tot spijt van de Al Gore’naren die wel een punt hadden omdat de uitstoot van schroefdopproductie toch meer dan vier keer zo hoog is als die van natuurkurk.

 

Draaigemakje

De schroefdop blijft terrein winnen, nu ook al bij echt dure wijnen - dat druivennat waar het ritueel en de traditie steevast echte kurk gebood. En wie een half flesje supermarktwijn overhoudt, weet hoe hardnekkig sommige kurken zich dus niet terug laten plaatsen, hoe je ook wrikt of wringt. Schroefdopje is daarbij piece-of-cake en de volgende dag ook zo weer los.

In het kamp van de kurkliefhebbers is daarom nu tegengas gegeven. Met ‘if ya can’t beat them, join them’ als onderliggend credo. Kurkbaas Amorim en glaskampioen O-I hebben de handen ineengeslagen en zijn met de schroefkurk op de proppen gekomen. Een glazen schroefdraad in de flessenhals en een kurk met groeven. De wijn is dus nog niet van de kurk af en de nieuwe kurk ultrasnel van de fles af.

Gjelt de Graaf